Antwerpen en weer terug naar Nederland en onze 10e en 11de stad

Woensdag 24 juni ; Breskens – Cadzand

 Om 08:30 uur vertrokken we. De wind: weinig. Vandaag maximaal 8 knopen en met de stroom mee, dan blijft er niet veel van over. Maar we zitten nu blijkbaar in een hittegolf.

Grootzeil omhoog en de fok te loevert….Gelukkig hadden we nog 2 knopen stroom mee.

Twee uur later kwamen we in Cadzand aan. Een vrij nieuwe haven. Met heel veel ruimte.

Cadzand is nog Nederland, maar ligt bijna op de grens met België. Ook hier heel veel Belgen. De jachthaven ligt eigenlijk in Cadzand-Bad. Zeg maar Cadzand aan Zee. Hier alleen een winkelstraat met hotels, pensions, winkeltjes en horeca. Het was hier al behoorlijk druk. Voor de enige supermarkt in de rij staan, om alleen naar binnen te mogen. Dat kan nog wat worden in het hoogseizoen.

Het dorpje Cadzand ligt 3 km landinwaarts. Daar tussenin ligt nog een groot vakantiepark.

De rest van de middag lekker luieren op de boot. Het was intussen 30 graden geworden.

Haven van Cadzand

Dinsdag 23 juni ; Terneuzen-Breskens

 Om kwart over 9 vertrokken we uit de haven van Terneuzen. Met veel gas tussen de pieren door naar de stromende Westerschelde. Weinig wind, maar strak blauwe lucht. Dat moet vandaag lukken….. 10 mijl.

We voeren langs de Hoofdplaat naar Breskens. Weer zeehonden en een prachtige natuur. De jachthaven van Breskens is van een ander kaliber dan die waar we vandaag uit vertrokken. Moderne steigers, heel veel nieuwe en redelijk nieuwe schepen. Er heerst gewoon een andere sfeer. Heel veel toeristen, Belgen en veel Duitsers. Ook het hele haventerrein is vishandel. Een beetje zoals Scheveningen. Ook de stad Breskens zelf is modern. Veel nieuwbouw en geen dichtgetimmerde huisjes. Wat een verschil en dat op nog geen 20 km van elkaar.

En niet te vergeten, Breskens is onze 11de stad die we op deze trip aandoen. Dus onze Elfstedentocht is volbracht. Waar zouden we het kruisje op kunnen halen?

Van een zeilvriend hoorden we, dat Groede zo’n leuk dorpje is. Een ½ uurtje fietsen vanaf Breskens. Dus de vouwfietsen uit de fietsenkelder gehaald. Prachtige tocht. Door het dorpje Boerenhol. Had ik nog nooit van gehoord. Volgens Wiki wonen er honderd mensen….

De fiets van Joke begon kuren te krijgen. Raar geluid en ja hoor, in onze eindbestemming Groede viel er één trapper spontaan af. In een dorp van nog geen 1.000 inwoners. Zou daar een fietsenmaker zijn? Eerst maar eens wat drinken op het terras naast de kerk. Één witte wijn, één pils en een setje inbussleutels……….bestelde ik. Die laatste heb ik niet, maar 200m verderop is een benzinepomp met fietsenverhuur. Dat moet bingo worden…

Een jonge fietsenmaker, die helaas alleen maar problemen zag. Die bout is er niet vanzelf uitgegaan. Maar kunt u hem er niet even indraaien met een inbussleutel? Neen, dat is levensgevaarlijk….. Kortom dat werd hem niet. Ik met de goede fiets op topsnelheid naar de boot terug. Daar had ik uiteraard een setje inbussleutels. Joke intussen lopend met fiets aan de hand naar Breskens terug. Net voorbij Boerenhol kwam ik ze tegen. Trapper erop, bout aangedraaid. 1 Minuut 20 seconden en het was gefikst. Wat een lummel van een fietsenmaker…..In alle commotie vergeten foto’s te maken in Groede.

Toen maar gaan eten aan de haven van Breskens.

Prachtige natuur onderweg

Foto zegt het al

Kunstwerk bij de haven van Breskens 

Maandag 22 juni ; Antwerpen-Terneuzen

 Deze ochtend was het om 05:00 uur HW en ook nog springtij. Om 06:00 uur stonden de sluizen open en konden we zo naar buiten varen met nog twee jachtjes. Met afgaand tij hadden we de stroom mee, zo’n 3 á 4 knopen. Daarmee gingen we met 8 knopen de Schelde af. De wind was helaas minimaal, maar wél prachtig weer. Dus de genua af en toe uitgerold en al motorsailend de Schelde af. Heerlijk in de schaduw onder de bimini.

Heel veel vrachtschepen voeren af en aan. Langs de oever heel veel industrie en andere bedrijvigheid. Met afgaand water altijd goed opletten, dat je niet vastloopt. Ging allemaal goed. We genoten van deze prachtige tocht. Tussen de zandbanken door met zeehonden en heel veel vogels.

Op elk traject van de Schelde meldde Joke ons via de marifoon keurig aan. Dat werd elke keer in dank aanvaard. Zo voeren we Nederland weer binnen.

De haven van Terneuzen (stad no 10….!). Met een flink vaartje naar binnen en meteen BB uit. Was een beetje krap allemaal, maar we wisten de bluePassion in de toegewezen box te prutsen. Achteraf gezien bleken er 2 jachthavens te zijn in de buitenhaven en Joke had contact gehad met de andere. Maakt niet uit. Deze jachthaven is wel de goedkoopste haven tot nu toe. 11 Euro voor één nacht!

Terneuzen is één van de laatste steden in Zeeuws-Vlaanderen die stadrechten heeft gekregen en heeft nu zo’n 26.000 inwoners en is daarmee qua grootte de 4de stad van Zeeland. We waren echter niet zo gecharmeerd van deze stad. Een paar oude panden, maar ook veel leegstand. Ook de oudere woonwijken met huizen uit de 30-ger jaren zien er allemaal wat triest uit. We zochten het oude stadhuis en liepen met Google-map’s een beetje te zoeken en kwamen bij het nieuwe stadhuis uit 1972…………

In de haven weinig bedrijvigheid. Gelopen naar het ‘Kanaal van Gent naar Terneuzen’. Een groot kanaal van bijna 20 mijl naar Gent. Aan de westzijde van dit kanaal ligt het enorme chemische complex van DOW-Chemical. De grootste werkgever van Zeeuws-Vlaanderen.

Tussen het kanaal naar Gent en Dow ligt nu de Westerscheldetunnel. Daarmee is Terneuzen wel een knooppunt van de infrastructuur.

Onze ligplaats in Terneuzen

Vrijdag-Zondag 19-21 juni ; Antwerpen

Vrijdag eerst maar eens een eerste wandeling naar Antwerpen. Een kwartiertje langs de rivier naar de roltrappen van de St-Annatunnel. In 1931 begonnen ze met de bouw en 2 jaar later klaar. Met de technieken van toen een hele prestatie. De roltrap met heel veel hardhout afgewerkt. Echt nog de materialen uit de dertiger jaren.

We stonden meteen midden in het oude centrum op de Grote Markt bij het Stadhuis. Prachtig al die gildehuizen en het Stadhuis uit 1564. Dat stadhuis is een juweeltje en op de Grote Markt de Brabofontein uit 1887. In de omringende straatjes heel veel horeca. Gewoon Belgische gezelligheid. Ook een juwelier……………een prachtige paarlen ketting voor Joke.

Naar de ‘Onze-Lieve-Vrouwekathedraal’ die ernstig in de steigers staat. Ooit begonnen ze in 1352 met de bouw en in 1521 was de kathedraal klaar. Ook nu helaas gesloten. Koffietijd voor ons op een terrasje.

Via de rosse buurt naar het Willemdok. In de rosse buurt zaten de dames allen achter glas. Waarschijnlijk om Coronabesmetting te voorkomen….

Het Willemdok is ook een leuke plaats om te liggen. Wij kozen voor de andere zijde. Om naar het Willemdok te varen, moet je door twee  bruggen en een sluit. Volgens de havenmeester kost het gemiddeld 3 uur om in dit dok te komen en eruit nog eens 3 uur.

In het dok, staat een bijzonder museum: ‘Museum aan de Stroom’, de MAS. In 2011  geopend. Het is een prachtig gebouw. Een hedendaags pakhuis met een unieke architectuur die gebaseerd is op 19deeeuwse pakhuizen. De museumzalen zijn op elkaar gestapeld en telkens een kwartslag gedraaid. 10 Verdiepingen hoog. Bovenop een prachtig uitzicht over de stad. Elke verdieping heeft een ander thema en een aantal thema’s veranderen weer na een bepaalde tijd. Nu bv over Japanse tekenfilmfiguren, Oude schepen, vroegere feesten, enz. Qua gebouw en de verschillende exposities zeker de moeite waard om te bezoeken.

Na dit culturele hoogstandje een heerlijke lunch in de stad.

Zaterdag een beetje rommelen aan boord. Naar de lokale Lidl om de mondvoorraad weer wat aan te vullen. Om 17:00 uur kwamen Joke’s broer met vrouw en dochter bij ons aan boord. Die wonen in Mortsel, vlak bij Antwerpen. Weer even bijgepraat over de recente politieke ontwikkelingen in Suriname. En heel gezellig met z’n allen risotto gegeten aan boord.

Zondag onze laatste dag in Antwerpen. De snelste weg naar het centrum is 10 min wandelen van de jachthaven naar de grote stadspont, die elk half uur vertrekt van de Linkeroever naar het centrum. En gratis!

We wandelden naar het Rubenshuis. Via internet moest je kaartjes bestellen.

Rubens liet dat huis na zijn huwelijk in 1610 verbouwen. Zelf had hij de plannen gemaakt. Ook een heel groot atelier, waar hij vele schilderijen vervaardigde. Na zijn dood werd het huis verkocht en opgedeeld. In 1937 kocht de gemeente het complex en restaureerde het. Niet alleen schilderijen van Rubens, maar ook van andere Vlaamse schilders.

Als gebouw vonden we het zeker een bezoek waard, maar als museum viel het ons een beetje tegen.

Daarna een stevige wandeling door de winkelstraat van Antwerpen de Meir van het historische centrum naar het Centraal Station. Met de pont weer terug naar de jachthaven. ’s Avonds hadden we ons ‘laatste avondmaal’ bij de ‘Koninklijke Liberty Yachtclub’ in de jachthaven waar we lagen. Was ons aanbevolen, maar het viel ons een beetje tegen.

Rubenshuis

St. Annatunnel

Uitzicht van het MAS over het Willemdok

Museum aan de stroom, MAS

Verplichte mondkapjes in het OV, de pont

 

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published.